heden Wouter van Riessen heden Wouter van Riessen

Tuesday, May 1, 2012

Auto’s

Door Daphne Rosenthal

In Los Angeles doen afstanden er niet toe. Het gaat om de tijd die het kost om van A naar B te komen. Bepaalde getallen hebben een magische waarde: de 101, de 5, de 170. Alles draait erom wanneer je welke Freeway moet vermijden. Iedere dag rijd ik 40 minuten heen en ook terug van Silver Lake naar Calarts in Valencia (Santa Clarita), een typisch Amerikaanse voorstad gelegen in een prachtige woestijnvallei. Valencia bestaat uit clusters van winkels (de mall), openbare ruimtes (cityhall en parkje), prive instituten (Calarts) en woonerven die erg aan Six Feet Under doen denken. Deze serie is hier inderdaad opgenomen. Al die clusters zijn voorzien van enorme parkeerterreinen en daartussen moet je je niet wagen, want dan kom je terecht in Cars No Man’s Land. Deze stad is gevrijwaard voor de automobilist.

Wij wilden dus niet in Valencia wonen. Ik zag wat tegen al dat rijden op, maar men stelde me gerust: “Don’t worry about the jams. You will drive against the traffic.” Sindsdien ben ik fervent commuter. Een enkele reis met het openbaar vervoer naar de academie in Santa Clarita kost minstens twee en half uur. De laatste bus terug vertrekt om vier uur in de middag. Door mij zal er dus niets veranderen aan het Californische vervoersgedrag. Ik doe leuk mee aan de milieuvervuiling.

Je zou denken dat de straten strak geasfalteerd zijn. Niets is minder waar. Tijdens mijn dagelijkse rit naar het Noorden, die eindigt in een apotheose van prachtige Cowboybergen, zie ik iedere dag wel sporen van een ongeluk. Ik manoeuvreer me steeds soepeler van de ene baan naar de andere, omdat ik weet dat er ongelofelijke gaten in de weg gepasseerd moeten worden. Ik heb het dan over echte gaten waar je net wél met je band in past. Ik heb de raarste dingen gezien op de Freeway: verdwaalde verkeerspionnen, schoenen, een koffer, een enorme kroonluchter. Ik zag hoe een Paris Hilton hondje uit het open raam van een auto op de rechterbaan sprong, waardoor de bestuurder schrok en de voet snel op de rem zette. De auto achter hem reed op zijn bumper en het beestje rende als een bezetene vooruit, de vrijheid tegemoet.

De meeste auto’s hebben meerdere deuken. Iedereen wacht op de grote botsing, waarmee de hele boel in een keer geclaimd kan worden. Toen onze huisbaas in onze straat tegen de auto van onze buurman aanreed, was deze in het geheel niet ontdaan. Ze besloten nonchalant dat het wel OK was. Autorijden is heilig, maar de auto’s zelf (op jaren vijftig Chevys en Mustangs uit de sixties na natuurlijk) zijn gewoon inwisselbare gebruiksvoorwerpen.

Parkeren is bijna overal gratis. Maar let op, de meeste straten hebben twee uur per week streetcleaning: parkeren verboden aan deze kant van de weg. De parkeerwacht rijdt voor de schoonmaakploeg uit om boetes van 60 dollar uit te delen.

Echte Angelinos houden van valet. Dat vinden wij nog steeds een beetje decadent. In Thai Town bij een cluster restaurants werden we ertoe verplicht. Ik keek de parkeerwacht aan en vroeg wat ik dan precies moest doen, of ik zomaar mijn autosleutel moest afgeven. Hij keek me aan alsof ik geschift was.

In de buurt waar wij wonen, Silver Lake, flaneren de hipsters op zaterdagmiddag Sunset Junction op en neer. Wandelen is tegenwoordig hip. In het boekje Walking LA staan stadswandelingen vanaf 10 minuten. Ook fietsen is in opkomst. De autovrije zondag in Downtown bleek een groot succes en de organisatie was aangenaam verrast over de opkomst, alsmede door het feit dat ze het überhaupt van de grond konden krijgen. Een nieuw aangelegd fietspad haalde de LA Times:

http://latimesblogs.latimes.com/lanow/2011/11/spring-street-bike-path-downtown-los-angeles.html

En deze maand is het Wouter dan eindelijk gelukt zijn Californisch rijbewijs te halen! Dat gaat in twee stappen. Je doet eerst een theorie-examen. De oefenboekjes zijn gratis in het Engels, Spaans, Koreaans, Armeens en Thais verkrijgbaar. Ze zijn op krantenpapier gedrukt en nog niet half zo dik als in Nederland. Er is totaal geen aandacht voor de voorrangsregels van brommobiel, handkar en onbespannen wagen. Als je slaagt, krijg je een permit en mag je de weg op, mits je begeleidt wordt door iemand met een Californisch rijbewijs. Je bent dus niet verplicht rijlessen bij een instructeur te nemen en te rijden in leswagens. Mijn geduld werd dus de afgelopen maanden behoorlijk op de proef gesteld.

In Nederland heeft Wouter afgelopen zomer twee en half duizend euro uitgegeven om twee keer te kunnen zakken. Het rijbewijs hier heeft hem minder dan 100 dollar gekost. Maar het was niet zo gemakkelijk als iedereen zei. Het grootste struikelblok is de Left Turn. Linkafslaand verkeer heeft alleen op de drukste kruispunten een eigen stoplicht. Doorgaand verkeer heeft voorrang, net als in Nederland. Er is in Los Angeles enorm veel verkeer. Je rijdt een stuk naar voren, niet te weinig, niet te veel, en sjeest als het licht op oranje gaat met een flinke vaart het kruispunt over. Let wel nog even op de voetgangers, want die zijn tegenwoordig populair.






Tuesday, March 27, 2012

Bussen

door Wouter van Riessen

In Downtown had ik op mijn plattegrond een stadsparkje gezien, een mooie plek om even wat te eten. Toen ik aankwam bleek het een vertrapt veldje te zijn, dat stonk naar ongewassen zwervers. Die muf-zure lucht had ik eerder leren kennen in de stadsbussen.

Ik zit elke dag wel in de bus. Zoals iedereen weet is LA de stad van auto’s; zonder wheels ben je nergens. Heel veel mensen hebben geen auto, maar moeten toch ergens heen. Het zijn niet alleen de armste mensen die de bus nemen. De diversiteit aan mensen is zo groot dat ik me als lange Nederlandse veertiger met mijn plastic tasje ongewassen penselen nooit uit de toon voel vallen. Er zijn families met kleine kinderen, oude Chinese heren met hoge broeken, hipsters met i-phones. Heel veel mensen hebben tattoos, vaak over hun hele lichaam. Een keer zag ik een man met een gezicht dat ik herkende van een Maya sculptuur uit een boek over precolumbiaanse kunst.

Het openbaar vervoer in Los Angeles is, anders dan je misschien zou verwachten, niet aan de markt uitbesteed. De bussen zijn breed, zwaar gebouwd en zien er uit alsof ze al decennia dienst doen. De ritprijs is anderhalve dollar, die je bij het instappen in een automaat doet. De chauffeur heeft geen wisselgeld. Zelf rijd ik op een TAP maandabonnement, een soort chipkaart zonder uitchecken.

De gratis krant LA Weekly had laatst een stuk over nieuwe haltebankjes. Deze worden door een reclamebureau neergezet, betaald uit de opbrengst van advertenties op de rugleuningen. De locaties van de bankjes worden aan de hand van verwachte reclame-inkomsten bepaald, met als gevolg dat in arme delen van de stad, waar veel mensen de bus nemen, er nauwelijks een te vinden is.

Met de bus reizen kost veel tijd. Naar mijn nieuwe atelier is het tien minuten met de auto, drie kwartier met de bus. Vooral in de avond sta je vaak een half uur bij de halte te wachten. Maar lopen is geen optie, de afstanden zijn enorm. Daphne rijdt met onze auto bijna iedere dag en neer naar CalArts in Santa Clarita, zowat vijftig kilometer van ons huis vandaan. In Amsterdam woonden we dichter bij Zandvoort en Bloemendaal dan hier bij Venice Beach.

Er zijn een aantal uitstekend onderhouden metrolijnen die dag en nacht open zijn. Maar veel centrale plekken hebben geen metrohalte. Je kunt met de ondergrondse niet naar het LA County Museum of Art of naar het Getty Museum. Er wordt gebouwd aan een sneltramverbinding tussen Downtown en Santa Monica. Vanaf 2016 kun je dan met de metro naar het strand. Voor de oorlog had Los Angeles een uitgebreid lijnenstelsel van elektrische trams. Vanaf de jaren dertig heeft vooral General Motors trammaatschappijen opgekocht, moedwillig verwaarloosd en vervangen door busvervoer.





Thursday, March 1, 2012

American Girl

door Wouter van Riessen en Daphne Rosenthal

Winkelcentrum The Grove in het hart van Los Angeles is op zaterdagen vol van meisjes van een jaar of negen met een grote grijns en een roze tas. In de winkel van American Girl kun je een pop op maat bestellen. Je kiest zelf de kleur van de ogen, de stijl van het haar, de huidskleur, sproetjes misschien en als je geluk hebt lijkt de pop sprekend op jou.
American Girl heeft verschillende karakters bedacht, gesitueerd in uiteenlopende momenten uit de Amerikaanse geschiedenis. Bij elk van die poppen hoort een verzameling kleren en attributen en een boekje dat haar lief en leed beschrijft. Josefina Montoya uit 1824 is a caring girl whose heart and hopes are as big as the New Mexico sky. Haar hobby is to collect special items that remind her of Mamá for her memory box. Rebecca Rubin uit 1914 is a lively girl with dramatic flair, growing up in New York City. Ze houdt van coming together with her family every Friday for a special Sabbath dinner. Julie Albright uit 1974 is a Fun-loving girl from San Francisco who faces big changes- and creates a few of her own. Zij heeft als ‘life changing experience’ her Parents Divorce and a move to a new school. Zij moet een ‘Father’s advice’ ontberen. Deze krijgt Rebecca weer wel, maar die heeft weer geen ‘memorable moment’, zoals Addy’s First taste of ice cream. Addy Walker (1864) is a courageous girl determined to be free in the midst of the Civil War.
Op de tweede verdieping zijn de verhalen in aparte diorama’s geplaatst, zonder enige vermenging. Clichés over bevolkingsgroepen worden met hartverwarmende verhalen over moedige meisjes in leven gehouden. Het ontdekken van een identiteit wordt gepresenteerd als een meerkeuzemenu waarvan de uitkomst bij aanvang al vaststaat.
Oh ja, de pop en het boekje met levensverhaal kosten 105 dollar. Inclusief wat basisattributen, zoals de Russische sjaal van Rebecca wordt dat 124 dollar. Als je een katje, een keukentje en nog wat snoezige cupcakes erbij wilt, ben je zo een paar honderd dollar verder. De grootste bonus is dat de mutsjes, handstasjes en jurkjes van de poppen ook in meidenmaten worden aangeboden. Zo is de identificatie compleet. Heb je je been gebroken? Dan kan ook Kaya uit 1764, een adventurous Nez Pez girl who dreams of being a leader for her people, met jou in het gips gaan.
In de winkel is het een drukte van belang bij de kap- en beautysalon, waar facials en pedicure (voor de poppen) gegeven wordt. Er is een cafeetje waar je samen wat kunt gaan drinken en een ‘dolls hospital’, inclusief ziekenhuistenue met hartjesprint. Het wachten is op een ‘conversation corner’ waar de pop met een analist in gesprek kan gaan.

Friday, February 10, 2012

Schilderkunst ligt op straat

door Wouter van Riessen

In Los Angeles ben ik in de gelegenheid om het nieuwste werk van een aantal wereldberoemde schilders te zien. Bij Regen Projects, een galerie met museale proporties in West Hollywood, was een tentoonstelling met nieuw werk van Raymond Pettibon. Er hingen collages van steedse scènes en grote, op papier geschilderde surfers, alles in zijn bekende tekenachtige stijl. De titels en teksten op de werken staan bol van referenties aan literatuur, film en low-culture; heel clever, maar niet gespeeld. Ironie is meer iets voor de Oostkust. In de galeries zie je veel glanzende auto’s, mooie vrouwen achter zonnebrillen en boulevards met palmen. Het lijkt er op dat veel mensen een ideaalbeeld van het leven in Californië aan de muur willen hebben.

Daar is ook een meer nostalgische variant van. Het Wilde Westen museum The Autry was zondagmiddag gratis open in verband met de opening van de jaarlijkse benefietveiling The Autry National Center's Masters of the American West Fine Art Exhibition and Sale. De mythe van het Westen wordt in het museum breed gepresenteerd. Het geweer van Billy de Kid en de lange leren jas van Clint Eastwood uit The Good, the Bad and the Ugly zijn pronkstukken van de collectie. Op de veilingtentoonstelling worden realistisch geschilderde fantasie-indianen, beren met zalmen en bloeiende woestijnen aangeboden, met richtprijzen oplopend tot $90.000,-.

De meest aansprekende schilderkunst zie ik niet in galeries en bij veilingen, maar gewoon op straat. Gevels van supermarkten, muurtjes bij huizen, verbleekte reclameborden: alles geschilderd. Het ziet er onopgesmukt en ontspannen uit. Van de veelbesproken Amerikaanse smetvrees is geen spoor te bekennen. In Nederland is schilderen (afgezien van de graffiti dan) opgetild tot het exclusieve domein van de kunst. Wat daarvan afwijkt, wordt al snel mikpunt van spot. Waar zou je in Amsterdam of Nijmegen een tandarts vinden die drie grote kiezen boven zijn deur laat schilderen? Of een paneeltje van honden in een auto bij de oprit van een dierenarts? Met geen spoor van ironie en niets dan Californische lichtheid.















Wednesday, January 25, 2012

Hearst Castle

Door Wouter van Riessen


In de tweede week van januari bezoeken we Hearst Castle, drie uur rijden ten noorden van LA. Hearst kende ik eigenlijk alleen van de film Citizen Kane van Orson Welles uit 1941. Van het Castle had ik gehoord dat het groot was en in een ratjetoe aan stijlen gebouwd. Het blijkt gigantisch en krankzinnig te zijn. William Randolph Hearst, de grootste mediamagnaat van het interbellum, bouwde wat hij wilde en kocht wat hem aanstond. Prachtige vazen, wandkleden, meubels en sculpturen kregen een plek in een kasteel met Spaanse torens, baden in klassieke stijl, Moors tegelwerk en een Gotische entreepoort. Dat ging niet altijd even subtiel. In een Romeins mozaïek wordt de buik van een vis ruw opengereten door een drempel. En alles staat door elkaar als een geschud spel kaarten.

 Je kunt het Castle alleen bezoeken met een tour. Wij kozen voor de first visitor optie, de Grand Rooms Tour. Met een bus wordt de groep van zo’n vijftig personen vanaf het ontvangstcentrum naar het kasteel gereden. Dat is een flinke rit, meanderend de heuvels op. Aangekomen kijk je vanaf het brede bordes diep het landschap in. In de jaren dertig liepen hier olifanten, giraffes en antilopen. Zebra’s zijn er nog steeds op het landgoed, al heb ik ze niet gezien. Het complex is ontworpen door architecte Julia Morgan, maar Hearst was begaan met ieder detail.

De tour is een grote lofzang op Hearst en zijn in steen opgetrokken fantasie. Dat gaat in een rap tempo. Een enorme Vlaamse tapisserie wordt door de gids behandeld als from Flanders or Belgium, two hundred to five hundred years old. Over de overwegingen bij het aanleggen van de kunstcollectie en de betekenis van Hearst voor de Amerikaanse geschiedenis komen we weinig te weten. Niets over zijn rol als uitvinder van de schandaalpers en zijn politieke aspiraties. En al helemaal geen woord over de wel overwogen leugens in zijn kranten en de oorlogshitserei tegen Mexico waar ik over las op Wikipedia. Wel veel nieuws over de etentjes en feestjes op het Castle (gasten werden geacht de hele dag actief te zijn en te bewegen, niet te veel te drinken en om 9 uur aan het ontbijt te verschijnen). De laatste zaal van de rondleiding is het originele filmtheater. Hier worden we uitgeleid met een paar nieuwsfragmenten uit de jaren 30 waarin we Hearst het publiek zien oproepen Amerikaanse waar te kopen.

De wereldberoemde film Citizen Kane wordt nergens genoemd. Als Daphne er naar vraagt krijgt ze als antwoord dat Orson Welles nooit op het Castle geweest is en dat Hearst helemaal niet zo een sombere man was, maar dat de film als fictie best heel aardig was, voor zijn tijd dan. Hearst was woedend over Citizen Kane en heeft alles gedaan om hem uit de roulatie te houden. Pas in maart dit jaar, ruim zeventig jaar na verschijning, zal de film voor het eerst in Hearst Castle te zien zijn.

Onze tour is na veertig minuten voorbij. We kunnen in het Imax-theater nog een documentaire bekijken. We verheugen ons op een historische uiteenzetting over het leven van Hearst, zijn invloed en betekenis. We werden verrast met het kostuumdrama Building the Dream. De film verbeeldt de grand tour die William Randolph als jongen met zijn moeder maakte. Het is op deze reis dat de droom van een kasteel geboren zou zijn. Hollywood pakt uit met vogelvluchtopnames en scènes in Stonehenge en Venetië. Later is te zien hoe Hearst zijn beroemde vrienden, gespeeld door lookalikes van Jean Harlow en Clark Gable, de mogelijkheid geeft van zijn paradijs te genieten. De film eindigt met beelden van het Castle bij zonsondergang en de volgende woorden:
He (Hearst) has lived a very important lesson of life: that dreams are meant to be shared, because it is through sharing that those dreams live on. He learned this lesson through the great builders and dreamers and creators throughout history, his parents and Julia Morgan (de architecte) included. So when I look up at that enchanted castle on the hill, that is the part of William Randolph Hearst I think about. The part that doesn’t look back on what might have been, but looks forward to what might be as long as there are men and woman brave enough to follow their hearts.

Thuis heb ik het nog even nagezocht. Het museum is sinds 1957 eigendom van de staat Californië. Wat in het overdrachtscontract staat, daarover kunnen we alleen maar gissen.

Tuesday, December 20, 2011

Animatie in Los Angeles

door Daphne Rosenthal 

If Bill Gates wanted to, he could have a studio making about a hundred different movies. I don’t know how many rooms he got in his house, but he could have like, you know, fifty animation rooms with huge lavish set-ups. The only thing stopping Bill Gates from doing that is a complete lack of awareness of what he should be doing: ‘cause you and I know that animation is the most important thing in the world. I mean getting rich and chopping down trees, that’s not what people should do, they should make movies and forget about this spoiling the world. Countries shouldn’t go out to war, they should make movies about it. “ Bruce Bickford (uit documentaire Monster Road 2005)

In the Silent Movie Theatre op Fairfax was twee weken geleden An Evening with Bruce Bickford, met de wereldpremière van Cas’l. Iedereen in LA die een beetje op de hoogte is van experimentele animatie heeft geen introductie meer nodig. Bruce Bickford, de enige echte. Zijn films zijn een orgie van psychedelische transformaties: een pizza verandert binnen twee seconden in een hoofd dat fronst, snuift en grijnst, waarna het door een zwaard gespietst en geplet wordt, zodat de oogbollen naar buiten rollen, die op hun beurt in twee groepen mooie vrouwen in bikini veranderen die elkaar te lijf gaan met stiletto’s. En dat alles in alle kleuren van de regenboog. Hij laat de kijker uitgeput achter met de misselijkheid van een bad trip.

Zijn films zijn eigenlijk veel te lang, er is totaal geen spanningsboog. Of beter gezegd, je ervaart een continue climax. Alle agressieve verbeelding wordt opgelost in een pudding van beweging.

Bickford heeft veel invloed gehad op hippe animatoren als Allison Schulnik en Nathalie Djurberg. Toch is hij nooit erg bekend geworden. Komt dat doordat hij zich niet op een correcte wijze in de kunstwereld heeft weten te positioneren? Wil hij daar gewoon geen tijd aan verliezen? Een vraag naar de betekenis van schaal in zijn werk wuifde hij weg met de woorden: “Woahhh, that’s way too involved, man!”. Eind jaren 60 vocht hij in Vietnam, in de jaren daarop werkte hij als animator voor Frank Zappa in Los Angeles. In 1980 keerde hij terug naar zijn geboorteplaats Seattle, waar hij teruggetrokken leeft en niets anders lijkt te doen dan animaties maken.

Aan het einde van de avond verkocht Bickford, een magere zestiger met wilde haren, in de tuin van het theater zelf zijn figuurtjes. Die waren provisorisch ingelijst in uit foamboard gesneden raampjes. Ze gingen weg voor bedragen vanaf 30 dollar (“This one is really special, this one is from the Zappa time..). De kleinste poppetjes zijn vaak niet groter dan een nagel.

Een heel andere animator wiens werk ik afgelopen jaar heb leren kennen en waar ik helemaal van uit het veld geslagen ben, is Jim Trainor uit Chicago. Hij was vorige maand op CalArts als visiting artist. In het REDCAT theater in Downtown LA werden op 1 november films van hem vertoond. Het zijn lijntekeninganimaties, viltstift op kopieerpapier. Hij tekent vlug en direct en laat zich door wetenschappelijke bronnen inspireren. Trainor animeert een vleermuizenwereld, het leven van dolfijnen, of een Precolumbiaanse mythe van binnenuit. Hij gebruikt vaak een voice-over met tegenover elkaar geplaatste monologen, ingebeelde gedachten. Vrolijk is zijn oeuvre niet, maar wel betoverend verbeeldt. Incestueuze relaties tussen vleermuizen worden getoond, een gangbang van dolfijnen en een wesp die haar eitjes legt in een door haar bedwelmde kever. Trainor beschouwt deze biologische fenomenen met een menselijke blik.

Zijn laatste werk The Presentation Theme (2008) verbeeldt een mythologische vertelling die is uitgewerkt tot een existentiële levensloop. Aan het einde van deze film vraagt de ene figuur aan de Priesteres:"What happens when I die?" Zij vraagt: "How was it before you were born?" Hij antwoordt: "I did not exist." Waarop zij antwoordt: "Exactly." Trainor is de eerste uitgesproken atheïst die ik in LA ben tegengekomen.

Zowel Bickford als Trainor gebruiken geen storyboard, ze beginnen gewoon met animeren. Bickford is ruim twintig jaar bezig geweest met zijn laatste film Cas’l.
Trainor maakt iedere twee of drie jaar een animatie van hooguit tien minuten.
De confronterende aard van hun werk lijkt vertoningen in mainstream theaters in de weg te staan. Ze zijn veroordeeld tot de marge van de experimentele film. Binnen deze niche zijn ze dan wel weer helden. Terwijl de grote studio’s onder constante druk van hun financiers staan en Oscars moeten winnen, werken Trainor en Bickford onvermoeibaar voort.

Een paar dagen geleden gingen we naar de bioscoop hier om de hoek om te ontspannen bij New Year’s Eve met in de hoofdrollen Michelle Pfeiffer, Jon Bon Jovi, Sarah Jessica Parker en Robert de Niro. In deze film zien pasgeboren babies er al blakend roze uit, hun moeders kunnen zo de catwalk weer op, Robert de Niro was vlak voor zijn sterven aan kanker nog steeds de charismatische aantrekkelijke acteur van wie we houden. Dit alles wordt gepresenteerd tegen de achtergrond van een magnifiek Nieuwjaarsfeest in een smetteloos New York. Over abject gesproken!

In 2005 is er een prachtige documentaire Monster Road over Bruce Bickford gemaakt.
Het werk van Jim Trainor is meerdere keren op het Internationaal Rotterdams Film Festival vertoond. Houd ze in de gaten!











http://www.youtube.com/watch?v=tkEV14A9KWw

http://www.youtube.com/watch?v=LEG6YMtOh5w

Tuesday, November 15, 2011

Halloween

door Wouter van Riessen

De begraafplaats met de prachtige naam Hollywood Forever is een begrip in de stad. In de openlucht zijn filmvertoningen en feesten met deejays. Je kunt er dan langs de graven picknicken, eigen wijn en bier meebrengen is toegestaan. In oktober is er ieder jaar een grote manifestatie. Dan is de begraafplaats de hele nacht geopend en zijn er bands en voorstellingen. Bij de graven van familie, vrienden of geliefde filmsterren kunnen mensen altaren opzetten met beeldjes, goudsbloemen, wierook en fruit. Symboliek rond de elementen lucht, vuur, aarde en water is traditioneel het uitgangspunt. Er is een competitie aan verbonden met een eerste prijs van $3000,-. Prachtige foto's van het evenement zijn te zien op http://www.ladayofthedead.com/gallery.html

Ik kwam daar natuurlijk allemaal net iets te laat achter en besloot de volgende dag te gaan. Enorme beelden van geraamtes in Mexicaanse stijl stonden als wachters bij de ingang van het terrein. Wc-cabines van de vorige avond werden in vrachtauto's geladen. De begraafplaats is uitgestrekt, met grote asfaltlanen. Op veel van de stenen zijn foto's van de overledenen te zien met opschriften in het Russisch, Armeens, Hebreeuws en allerlei andere talen. Het is er stil, maar niet zo stil als in Nederland. Een begraafplaats met palmen is anders dan met eiken en beuken, je hoort de takken niet ruisen.

Halloween en Days of the Dead, ook bekend als Dias de los Muertos, worden tegelijkertijd gevierd. De twee feesten hebben zowel Christelijke als wereldse wortels en gaan naadloos in elkaar over. Dias de los Muertos is van Spaans-Mexicaanse oorsprong en bestaat uit twee dagen: 1 november is Allerheiligen, wanneer kinderen en heiligen worden herdacht, 2 november is Allerzielen voor alle andere doden. Halloween begon als oogstfeest in Groot-Brittannië en kende ik vooral van griezelfilms met pompoenen. In Los Angeles begint het feesten al in september en worden allerlei Mexicaanse en locale tradities door elkaar gehusseld.

Olvera Street is een van de oudste straten van Los Angeles. De missiepost van waaruit de stad ontstaan is stond hier. Nu is er een markt met Mexicaanse souvenirwinkels en de jaarlijkse viering van Days of the Dead staat in iedere touristengids. Het was behoorlijk druk. Op een pleintje stonden een stuk of twaalf kleine altaartjes. Ik zag wrange beelden, zoals het monumentje voor een vorig jaar gestorven peuter met kaarsen en knuffels. Het nemen van een foto voelde ongemakkelijk. Een paar meter verder werden kinderen geschminkt, werd gelachen en klonken violen en hoge trompetten.

Halloween gaat over griezelen om enge dingen. De tragische lading van de Dias de los Muertos lijkt te ontbreken. Het wordt heel uitgebreid gevierd, veel tuinen zijn met poppen en spoken versierd en kinderen gaan van deur tot deur om snoep te krijgen. Halloween is in de eerste plaats een hilarische verkleedpartij. Hoe jonger de meisjes, hoe schaarser gekleed. Sommige hebben nauwelijks nog kleren aan. En ik heb smurfen gezien. Maar het kan opeens omslaan in een naargeestige stemming. Bij een bushalte zit een jongen met doodshoofd en rode ogen maniakaal voor zich uit te staren. En in de etalage van de legerdump op Sunset grijnzen de geraamtes tussen de messen en soldatenhelmen.